Geschiedenis
Thuis
Boogschieten
Dansgroep
Vendelen
Roffelen
Agenda
Fotogalerij
Geschiedenis
In Memoriam
Koppelingen
Contact

Geschiedenis van de Sint-Jorisgilde Loenhout

Frans Van Hasselt, Hoofdman
24-25 juni 2006

Aanvullende informatie:

  • Behalve onderstaande tekst, die de gehele geschiedenis behandelt, is er ook een kroniek van de Gilde in de 20ste eeuw. U vindt deze hier.
  • Op 16 september publiceerde Gazet Van Antwerpen een pagina-groot artikel over onze gilde. U kan het artikel hier nalezen.

Dat de stichtingsdatum "1354" alleen maar terug te vinden is in onze vlag is, niet zo verwonderlijk als men bekijkt wat er in de loop der eeuwen met documenten en archieven allemaal is voorgevallen.

De revoluties en evoluties kunnen we allemaal terugvinden in de geschiedenisboeken. Naar verluidt zou onze St.-Jorisgilde, en ook vele andere, afhankelijk geweest zijn van de "Hoofdgilde Leuven". De stichting der gilden door toenmalig Hertog Jan III met de uitreiking van de "CAERT" gebeurde vanaf 1340. In een hier volgend historisch overzicht zal blijken dat onze gilden ook tijdens die periode reeds aktief was.

Ten jare 1374 stichtte de Heer van Loenhout, ridder Daniel Van Bouchout bij zijn uitersten wil, aan het altaar van de St.-Jorisgilde in de kerk een kapelanie op van vier missen wekelijks. Er was toen ook nog sprake van een kapelaan van St.-Joris. Dit alles zegt genoeg dat de St.-Jorisgilde toen al in volle bloei was en reeds langer bestond. Dus 1354 is hierbij aanneembaar.

Ten jare 1538 werd in de kerk van Loenhout een nieuw altaar voor St.-Joris geplaatst tegen een pilaar waar voorheen een beeld van Sint Geertruide had gestaan. Er staat ook geschreven dat boven het altaar een prachtig beeld van St.-Joris werd geplaatst.

Nog voor dit alles in regel was, gaf een zekere Cornelis Bode, zonder twijfel een gildenbroeder, bij schepenakte een jaarlijkse rente van vier Carolusgulden aan de gilde van St.-Joris en stichtte daarmee een wekelijkse mis aan dit voornoemde altaar, en te celebreren op het zelfde uur als de zondagse Hoogmis en dit eeuwen ten dage. Hierbij moest een gebed worden gedaan voor de lafenis van de zielen van de stichter der gilde en de overledenen van St.-Jorisguld.

Nog een derde stichting vinden we terug in het belang van de St.- Jorisgilde. Op 2 april 1642, gaf de Eerzamen heer Peeter Joos Gilsmans bij testament een kapitaal van vierhonderd Carolusgulden aan den Edelen Ridder van St.-Joris. Deze som moesten de dekens gebruiken voor:

  1. Het stichten van een mis tot lafenis van zijn ziel, en deze te doen de dag na verloren maandag.

  2. Het herstellen of hermaken van het altaar van St.-Joris indien dit nodig mocht zijn.

Uit deze periode, bij het ontstaan van de Loenhoutse St.-Jorisgilde, zijn wij heden ten dage nog in het bezit van een prachtig St.-Jorisbeeld dat destijds prijkte boven het St.-Jorisaltaar. Het is een Albasten St.-Jorisbeeld, 36 cm hoog en 18,5 cm breed; deze afmetingen komen overeen met de periode uit de Engelse halfverheven beelden. De herkomst is niet meer te achterhalen.  Toch zijn er verschillende visies die dit beeld situeren in de periode van 1415-1450. De wapenuitrusting van de heilige komt bovendien overeen met diegene die wij aantreffen op de praalgraven uit de tijd van de Engelse Lancaster periode. Volgens de bekroning zou dit albast dateren uit de periode 1415-1450 (Squilbeck in HOK, 1938). De oudheidkundige inventaris van kunstvoorwerpen der provincie Antwerpen omschrijft het beeld als volgt:

St.-Joris te paard bekampt de draak, die aan de voeten van St.-Margaretha sterft; op de achtergrond staan twee torens; op het toppunt van de torens staan de hoofden van de ouders der heilige; een doorwerkt verhemelte bekroont de samenstelling, waarop nog sporen van een veelkleurige beschildering zichtbaar is.

Uit een latere periode (1539) vinden wij in het gemeentearchief een akte van bestelling gedaan aan meester Jan Van Velthoven uit Breda. De bestelling werd gedaan door Marcus Luycx, schout en hoofdman van de gilde St.-Joris. Hierbij enkele uittreksels uit de tekst :

Jan Van Velthoven, beeldsnijder, wonende te Breda heeft aangenomen te leveren een beeld van St.-Joris te paard met de draak, met de maagd, om dit op de beste manier uit te voeren en zelf te maken voor de prijs van zestien Carolusgulden. De man zittend op het paard en zal hebben een zwaard in de rechterhand en zal met de rechterzijde staan op de beste manieren en het schoonst zijn gemaakt. De man moet op het paard zitten en het paard moet springen met de voorste poten over den draak- Dit alles te leveren voor St.-Jorisdag van dat jaar. De twee dekens van de gilde, Peeter van der Buyten en Hendrick van Aerde zijn aangesteld als keurmeesters.

In deze akte wordt niet over het te gebruiken materiaal gesproken. Of het iets te maken heeft met het prachtige Sint Jorisbeeld, in het bezit van onze gilde, is niet bekend. De afbeelding van het bestaande beeld komt echter wel overeen met de vooropgestelde opdracht. De akte over deze bestelling is terug te vinden op het rijksarchief, gemeentearchief van Loenhout, onder het nummer 1176.

In de kerk van Loenhout hadden twee gilden hun altaar: de Sint- Sebastiaansgilde in de rechter dwarsbeuk en de Sint-jorisgilde in de linker dwarsbeuk. De handboog had haar altaar versierd met een prachtig oud beeldje van de patroon, maar dit werd tussen 1920 en 1929 uit de kerk gestolen (Verslag voor de Provinciale Commissie door onderwijzer L.Bresseleers 1929).

De beide altaren werden in 1940 vernield toen de kerk grotendeels uitbrandde bij de oorlogsbombardementen. Bij de heropbouw in 1949 was er voor beide altaren geen plaats meer.

Wat gebeurde er tijdens de Franse Revolutie (1789)?

De Franse bezetters schaften alle verenigingen af en sloegen hun goederen aan. Maar... sommige gilden verdwenen, andere bleven in stilte verder werken en nog andere veranderden in schuttersmaatschappij. Meestal weigerden de gildebroeders hun bezittingen af te staan! Ook hun eigendommen in de kerk.

De Sint-jorisgilde bleef bestaan en werd als dusdanig door het kerkbestuur aanvaard. Dit alles wordt bewezen door de bewaard gebleven rekeningen van de gilde (1739-1891).

Een andere belangrijke schenking aan de Loenhoutse Gilden situeert zich in de 17de eeuw. De toenmalige regerende barones, jufrouw Catharina de Perez, schonk in de eerste helft van de 17de eeuw aan de Loenhoutse gilden het schuttersveld met doelhuisjes. Een stuk grond van tachtig tot negentig aren, behorende de noorderhelft aan de St.-Sebastiaansgilde en de zuiderhelft aan de kruisboog van de St.-jorisgilde. De doelhuisjes zijn omstreeks 1930 afgebroken omdat de gronden in onbruik waren geraakt. De schietingen werden toen gehouden bij de lokaalhouder. De gronden werden intussen verpacht en later verkocht.

In de oude rekeningen boek vinden we volgende belangrijke noteringen over de blijvende werking van de St.-jorisgilde. Sinds 1757 werden pastoor, koster, misdienaars en orgelist jaarlijks door de gilde vergoed voor de viering van de patroon: missen voor patroon en overledenen. De gilde zorgde geregeld voor het waslicht, kocht in 1781 twee nieuwe bloempotten, liet in 1786 het schilderij van het altaar restaureren (het bestond nog voor 1940).

In 1789 en 1790 bekostigde de gilde het herstellen van het altaar. De opbrengst van het offerblok was bestemd voor de gilde.

Sinds 1800 vergoedde de gilde de misdienaars, de pastoor en de koster en zorgde voor de kerkdienst. Het luybier (het luiden van de klokken op de vooravond van de feestdag van de patroon) werd geschonken.

En het altaar ? De gilde kocht katoen voor het altaar ( 1806), ledigde het offerblok (sinds 1809), liet kandelaars herstellen (1817), gaf 6 gulden uit voor waslicht en onderhoud van het altaar dat zij in 1864 liet repareren.

Dat ook de schuttersaktiviteiten werden onderhouden blijkt uit de opeenvolging van de koningen. Deze zijn te achterhalen via de verschillende koningsschilden die de oude breuk nog sieren. Hoewel: tijdens de Franse revolutie vele bezittingen zijn verloren gegaan.

Eén van de huidige gildenbezittingen is een mooie Keizersbreuk. Een zilveren halsketting, waaraan hangende drie zilveren vogeltjes waarvan de middelste een kruisboog om de hals draagt. Deze Keizersbreuk werd gevonden bij de puinopruiming na de bombardementen uit de tweede wereldoorlog. Met de meeste waarschijnlijkheid werd deze breuk bij de opeising van alle zilver tijdens de Franse Revolutie ingemetseld in het altaar van St.-Joris en is zo bewaard gebleven. Wie deze breuk ooit heeft gedragen is nooit achterhaald.

Koningen van een gilde hebben zich steeds moeten waarmaken met hun wapen. Tijdens het koningsschieten werd bepaald wie de schietingen zou leiden en wie de baas van de schutters zou zijn. Volgens de gildegebruiken moesten deze schietingen om de zes jaar plaats vinden. Vroeger werd van deze regel meermaals afgeweken om allerlei redenen. Nu in onze gestructureerde tijd is dat niet meer mogelijk.

Achterhaalde koningen van de Kruisboog :

  • 1744 Joannes Van Dijck

  • 1760 Jacobus Joris

  • 1780 Adriaan Roovers

  • 1802 Jan Baptist Aerts

  • 1814 Joannes Jozeph Roovers

  • 1835 Mé Van Aken

  • 1838 Christiaan Roovers

  • 1858 Peeter Jan Van Dijck

  • 1864 Peeter Jan Van Dijck

  • 1870 Peeter Jan Van Dijck

  • 1884 Jan Baptist Meeusen

  • 1890 Frans Vissers

  • 1926 Maarten Vissers

  • 1972 Laurent Bresseleers

  • 1978 Jan Van Hasselt

  • 1984 Jan Van Hasselt

  • 1990 Jan Van Hasselt

  • 1996 Alfons Van Hasselt

  • 2002 Alfons Van Hasselt

De hoofdmannen die de St.-Jorisgilde in goede banen hebben geleid waren :

  • ...-1759 Mathijs Huybrechts

  • 1759-1785 Erasmus Kerstens

  • 1785-1800 Jan Peeter Van Dijck

  • 1800-1814 H. J. Vromans

  • 1814-1838 Franciscus Van De Mierop

  • 1838-1855 JoozefRoovers

  • 1855-1908 Christiaan Roovers

  • 1908-1922 Christiaan Roovers

  • 1922-1970 Christiaan Roovers

  • 1970-... Frans Van Hasselt

In voorgaand overzicht heeft de gilde getracht een ruim beeld te schetsen van het gildeleven door de eeuwen heen. Het ontstaan, maar nog meer het voortbestaan van de St.-Jorisgilde, zal door de meer dan 6 eeuwen zeker niet zonder tegenslagen zijn verlopen. Vooral opstanden en oorlogen hebben gilden geen goed gedaan. De gilden hebben in het verleden deze vijanden overmeesterd en bedwongen. Het is nu aan ons om deze taak verder te zetten en de gilde door de meer modemere tijd te loodsen naar een nieuwe opvatting van het gildewezen zonder het verleden te verloochenen. De sterkte van onze, en andere gilden is dat wij mensen samenbrengen van verschillende generaties. Meer dan ooit zien we dat er een toekomst is weggelegd voor de gilden. Ze zullen zich meer dan ooit moeten inzetten voor het sociale welzijn van de maatschappij. ledere gilde zal zich verder moeten blijven waarmaken bij het beschutten, in de bredere betekenis van het woord.

Deze webstek wordt beheerd door Mathias Van Aken.