Eeuwoverzicht 1900-2000
Frans Van Hasselt, Hoofdman
Een terugblik en het vermelden van enkele belangrijke gebeurtenissen is
zeker de moeite waard bij het beëindigen van een millenium.
Over het begin van deze eeuw zijn slechts weinig gegevens terug te
vinden; toch heb ik daarvoor een poging ondernomen. De reden van het
ontbreken van deze gegevens zal blijken uit gebeurtenissen uit deze eeuw.
In 1900 werd de rekening opgemaakt en goedgekeurd van 185.13 fr. Te
verdelen over de volgende kosten:
- Den Brouwer 99 fr.
- Den Lokaalbaas 32 fr
- Aan den Koning 26.5 fr.
- Kerkrechten 14 fr.
- Rozengeld 1.27 fr.
- Aan de misdienaars 0.36 fr.
- Ean buitengelag 7 fr.
- Ean de Knaap 5 fr.
Deze afrekening werd goedgekeurd door Hoofdman, Koning, Ouderlieden en
dekens: Christiaan Roovers, Frans Vissers, Jac Van Dijck Frans Van dijck Jan
Van Hasselt, M. Van Looveren en J Van Dijck. Afwezig was Adr. Roovers.
In 1908 werd er geteerd en gelaggeld ontvangen van 56 mannen.
Tussen de jaren van de eerste en de tweede wereldoorlog weten we nog wel
dat de gilde niet heeft opgehouden te bestaan. We weten dit enkel door het
feit dat er gedurende al die jaren nieuwe leden zijn aangesloten.
In de tussenperiode zijn er ook verschillende schietingen geweest. Zelfs
gildenfeesten en congressen.
Begin jaren dertig werd onder impuls van Dokter Gommers uit Meerle het
Verbond der St.Jansboog binnen de Noorderkempen opgericht. Zeven gilden
sloten hierbij aan. Na de oorlog sloten ook de Nederlandse gilden Rijsbergen
en Sprundel aan bij dit Verbond.
De oorlog sloeg zwaar toe in Loenhout. De kerk brandde geheel uit zodat
ook het altaar van St .Joris verdween. Het mooie St.Jorisbeeldje in albast
was reeds in veilige bewaring gebracht met andere kerkschatten in Antwerpen.
Dit beeldje maakte echter geen deel meer uit van dat verwoeste altaar. Na de
oorlog bij het ruimen van het puin zijn wel de zilveren Keizersvogeltjes
teruggevonden en opnieuw aan de St.Jorisgilde overgemaakt.
Ook het gildelokaal bij Charel Boudewijns brandde volledig uit. Alle
gildebezittingen zoals het vlag , de bogen, de boeken en andere verdwenen in
de vlammen. Ook de oude breuk had veel te lijden onder de hitte. De sporen
zijn nu nog waar te nemen.
De gilde stopte echter niet door al die ellende want in 1949 werd een
nieuwe gildevlag aangeschaft. Gedurende bijna 50 jaar heeft het voorgegaan
bij alle belangrijke gildefestiviteiten.
In 1957 is de St.Jorisgilde van Loenhout toegetreden tot de Hoge
Gildenraad der Kempen. Het toenmalige bestuur bestond uit:
- Hoofdman Christiaan Roovers
- Koning : Maarten Vissers
- Knaap : Suske Lodewijks
- Oudermannen : Jan Van Hasselt en Jef Van Dijck
- Bestuursleden : Adriaan Brosens, Neel Van Hasselt (penningmeester),
Jef Van Hasselt en Jan Van Dijck.
In 1958, het jaar van de wereldtentoonstelling, werden de eerste Kielen
en Fazen aangeschaft. Dit met het oog op de organisatie en deelname aan het
bezoek van de wereldtentoonstelling te Brussel. Al was dit uiteindelijk een
financiële strop voor de St.-Jorisgilde.
Tijdens de zestiger jaren heeft onze schutterij hoogtij gevierd met
verschillende overwinningen van zestallen en tientallen ereprijzen.
In 1970 werd in onze gilde afstand genomen van een traditie van meer dan
125 jaar. De familie Roovers had sinds het jaar 1838 onafgebroken het
hoofdmanschap van de St.Jorisgilde bekleed. Na het overlijden van Christiaan
Roovers op 9 december 1970 zag zoon Rik, zijn normale opvolger, de toekomst
meer bij de jeugd dan het behouden van deze traditie. Enkele weken later
kwam een afvaardiging van het toenmalige bestuur bij mezelf aan de deur
kloppen om het Hoofdmanschap van de gilde te willen waarnemen. Na enkele
dagen beraad heb ik eind december deze uitdaging aanvaard. Op 4 januari 1971
werd ik door koning Maarten Vissers voorgesteld aan het verbond van St
.jorisgilden op de jaarlijkse Nieuwjaarsvergadering te Hoogstraten. Mijn
aanstelling als hoofdman in onze gilde werd op het teerfeest van 11 januari
1971 bekrachtigd.
Door de blijvende groei van jonge leden en het grote succes bij het
dansen tijdens de jaarlijkse St.Lucia feesten werd onze dansgroep gesticht
in 1976. Eerst heel bescheiden maar onder de inpuls van de koppels May en
Jos en Els en Frans, die destijds de danscursussen in Olen volgde, werd onze
groep gestadig vorm gegeven en groeide uit tot een waardevol gildebezit van
de St.-Jorisgilde.
Tijdens dezelfde periode hebben ook het Vendelen en Roffelen hun intrede in
onze gilde gedaan.
De St.-Jorisgilde van Loenhout was zo rijk aan talent en
doorzettingsvermogen dat een organisatie van een groot Kempisch Gildenfeest
niet kon uitblijven. In 1986 werd door de HGK het gildefeest van 1987 aan
onze gilde toegewezen. Gedurende een gans jaar werd met man en macht gewerkt
aan deze organisatie en het verloop kende een groot succes. Bij deze
gelegenheid werd ook de viering van het 625 jarig bestaan aan het thema
toegevoegd.
Dat onze gilde binnen de Hoge Gildenraad der Kempen in aanzien steeg was
het gevolg van onze werking en de goede uitslagen bij de jaarlijkse
schietspelen en gildenfeesten. Onze schutters konden zich optrekken aan het
puike presteren van voorbeeldschutter Willy Van Hasselt, die zijn aangeboren
talent , zijn inzicht in de kruisboogsport en zijn wil om er steeds het
maximum uit te halen. Hij beheerste en overvleugelde tijdens de tachtiger
jaren de ganse kruisboogsport. Hij was niet bang zijn heerschappij te
verliezen want menig jonge schutter kon bij hem terecht voor raad en daad.
Hij was het voorbeeld van een groot kampioen. Onze dansgroep beheerste op
hun manier het ganse dansende gezelschap van de dansende gilden. Door hun
inzet en doorgedreven oefening was ze ieder jaar een te duchten groep voor
het wegkapen van de hoogste ereprijzen op de gildefeesten en Landjuwelen.
Hierbij mogen wij ook niet vergeten dat deze prestaties door alle gildeleden
werden gewaardeerd en aangemoedigd.
Door dit alles kon het grote succes niet uitblijven.
In 1990 werd te Rijkevorsel het Landjuweel van de Hoge Gildenraad der
Kempen gewonnen. Deze overwinning was een bekroning voor onze jarenlange
inzet.
Zulke overwinning heeft ook zijn consequenties want van de winnaar wordt
verwacht dat ze vijf jaar later zelf moeten instaan voor de organisatie van
een volgende Landjuweel.
Dat gebeurde in 1995. Weer een jaar werken om deze organisatie optimaal
te laten verlopen.
We konden tijdens deze dagen genieten van goed weer zodat alles
vlekkeloos verliep.
Tijdens dit Landjuweel hadden ook de schietingen voor de Opperkoningen
plaats. Jan Van Hasselt, regerend Opperkoning sinds 2 termijnen kon zich op
het thuisfront tot Opperkeizer schieten. En wat deed Jan. Hij schoot de
vogel van de Wip en mag zich na het Landjuweel te Essen dit jaar Opperkeizer
van de H.G.K. noemen. Wij noemen het zelfs een uitzonderlijke prestatie. Jan
is reeds 18 jaar Koning van onze gilde geweest en reeds 4 jaar Keizer.
Tijdens deze termijn is hij bijna 15 jaar Opperkoning. Wie doet hem dat
ooit nog na.
Stilaan leven we naar het einde van een millenium. Wie dacht dat na al
deze successen de riem zou afgelegd worden komt bedrogen uit. Met de komst
van een aantal jongeren en de mogelijkheden die een eigen lokaal bieden om
de gilden verder in stand te houden. In overleg met het gemeentebestuur
werden plannen en besproken of er mogelijkheden waren binnen hun plannen om
ruimte te voorzien voor een eigen lokatie voor de St.-Jorisgilde. Enkele
maanden geleden, na het afsluiten van hun onteigeningen hebben wij de
bevestiging gekregen dat de St.Jorisgilde op basis van erfpacht grond ter
beschikking kan krijgen om een eigen gildelokaal uit te bouwen.
Momenteel is de gemeente bezig alle lokaties op plan te zetten. Na
goedkeuring van deze plannen kunnen wij verder werken onze eigen plannen te
ontwikkelen om er samen iets moois van te maken.
Na dit beknopt overzicht kunnen we zeker zeggen dat het onze gilde voor
de wind ging en dat we kunnen terug kijken op een zeer vruchtbare eeuw. |